De zorg

 

 

 

De opvang van nieuwe leerlingen in de school

 

-          De plaatsing van een kind op school

 

Plaatsing in groep l:

 Over het algemeen komen kinderen bij ons op school wanneer ze 4 jaar zijn geworden.

In een enkel geval wordt daarvan afgeweken.

In de regel neemt/nemen de ouder(s) contact op met de school en wordt er een afspraak gemaakt voor een eerste bezoek.

In het geval van het eerste kind en als de ouders hun keuze nog niet gemaakt hebben, vindt er eerst een oriënterend gesprek plaats met de directeur en de leerkracht van groep 1/2. In dat eerste gesprek komen in ieder geval de doelstellingen en de identiteit van de school aan de orde.

Verder ontvangen de ouders deze gids en het informatieboekje. We nodigen de ouders met het kind uit voor een bezoek in de klas en om de school te bekijken.

Wanneer de ouders zich kunnen vinden in de identiteit en werkwijze van de school is in principe ieder kind welkom.

De ouders vullen een intakeformulier in, zodat de leerkrachten op de hoogte zijn van specifieke, individuele gegevens.

 

Tussentijdse (ver)plaatsing door bijv. verhuizing:

Over het algemeen hanteren wij in dit geval een zelfde werkwijze.

 

Schorsing en verwijdering van leerlingen:

Bij schorsing en verwijdering houden wij ons aan de wettelijke regels.

Op school ligt een exemplaar van het protocol, dat bovenschools is vastgesteld.

 

 

Bij het vertrek van kinderen naar een andere school (hetzij door verhuizing of het gaan naar het voortgezet onderwijs) zorgt de school voor de informatievoorziening voor de nieuwe school d.m.v. een onderwijskundig rapport.

 

 

 

 

 

 

De extra zorg voor het jonge kind

 

Het beleid van onze school is erop gericht om de groepsgrootte voor de groepen  1 t/m 4 zo klein mogelijk te houden. Met name tijdens het eerste half jaar van groep 3 proberen we extra assistentie in te zetten bij het lezen en rekenen.

Zorgverbreding heeft de afgelopen jaren een steeds grotere prioriteit gekregen.

 

 

Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen in de school

 

Om de kinderen te volgen in hun eigen ontwikkeling is in de eerste plaats de dagelijkse correctie en observatie van belang.

Voor zover wij gebruik maken van methodes  gebruiken wij ook de toetsen die daarbij horen. Op die manier kunnen we  bij voortduring signaleren waar het kind moeite heeft in het verwerken van de leerstof of waar het extra uitdaging wenst.

 De rol van de leerkracht staat bij dit alles steeds centraal. Deze wordt ondersteund door de Intern Begeleider.

 

Naast de methode gebonden toetsen maken we gebruik van de volgende toetsingsmiddelen:

 

-          In groep 1en 2 worden observatielijsten voor voorbereidend rekenen en de taalontwikkeling bijgehouden.

-          in groep 1 en 2 worden citotoetsen afgenomen voor Ordenen, Taal voor kleuters.

-          Vanaf groep 3 worden leerlingen 2 keer per jaar voor lezen getoetst m.b.v. de Avi-toets en de D.M.T.(3-minuten toets)

-          Verder worden vanaf groep 3 jaarlijks citotoetsen afgenomen voor rekenen,  spelling en vanaf groep 4 voor begrijpend lezen.

-          De Licorlijst (sociaal emotionele ontwikkeling) en het PI dictee (spelling) worden incidenteel toegepast

-          In groep 8 nemen de leerlingen deel aan de Cito-eindtoets.

 

De toetsgegevens worden verwerkt met behulp van het computerprogramma van het Cito.

Voor het volgen van de sociaal emotionele ontwikkeling van de leerlingen gebruiken we 2 keer per jaar het SCOL leerlingvolg- en hulpsysteem.

 

 

 

Zo nodig maken we gebruik van de diensten van externe dienstverleners en vragen om een uitgebreider en breder onderzoek. Dit gebeurt via het Zorgteam, dat gevormd is in het Samenwerkingsverband van Weer Samen Naar School. Dit laatste doen wij uiteraard eerst na overleg met de ouders. (Zie hiervoor verder onder "De speciale zorg voor kinderen met specifieke behoeften")

 

Bij de overgang naar een volgende leerkracht wordt er een algemeen verslag gemaakt (d.m.v. een overdrachtsformulier) door de vorige leerkracht over de ontwikkeling van het kind. Deze verslagen komen in een map (samen met de verschillende toetsgegevens) en gaan met de leerling mee de jaren van de school door. Twee keer per jaar worden alle leerlingen doorgesproken op een teamvergadering en verder zoveel vaker als nodig is.

 

Aan het eind van groep 8 hebben de leerkrachten een duidelijk beeld gekregen van de mogelijkheden van het kind. Zo kunnen zij ook de ouders goed adviseren over de keuze van het voortgezet onderwijs.

 

 

De bespreking van het welbevinden en de leervorderingen van de kinderen met de ouders

 

 

-Ouderbezoek

 

Minimaal één keer worden alle ouders/verzorgers bezocht door de groepsleerkracht. Op initiatief van de leerkracht of op verzoek vaker.

De ouders van de leerlingen van groep 8 worden op school uitgenodigd voor een gesprek met het oog op de schoolkeuze.

 

-Oudergesprekken

 

Twee keer per jaar heeft de leerkracht van de onderbouw op school een gesprek met de ouders van de kinderen van groep 1en 2. Dit gebeurt n.a.v. observaties en de toetsen Taal voor kleuters, Ordenen en SCOL, het rapport en de overgangscriteria.

 

-Gesprek met een leerkracht

 

Ten allen tijde kunnen ouders een afspraak maken met een leerkracht voor een gesprek voor/na schooltijd of thuis.

 

-Rapporten

 

Twee keer per jaar worden de ouders van de leerlingen vanaf eind groep 2 op de hoogte gehouden van de vorderingen van hun kind(eren). In deze rapporten wordt gebruik gemaakt van omschrijvingen, cijfers, kleurtjes en opmerkingen. Dit alles om de ouders een zo juist mogelijk beeld te geven van de vorderingen van hun kind(eren) op allerlei gebied. Voor de uitreiking van de rapporten aan de kinderen worden de ouders in de gelegenheid gesteld om dit met de leerkracht door te spreken.

 

-Spreekuur

 

De directeur is lesvrij. Ouders kunnen een afspraak maken om hem te spreken.

 

 

De speciale zorg voor kinderen met specifieke behoeften

 

 

-W.S.N.S.

 

Deze afkorting staat voor Weer Samen Naar School.

Het gaat hier over een samenwerkingsverband tussen 27 scholen voor Prot.Chr.Onderwijs uit de regio Zuid Oost Drenthe en een school voor Speciaal Onderwijs in Emmen. (De Toermalijn)

Binnen dit samenwerkingsverband is een zorgteam gevormd, waarin de verschillende geledingen vertegenwoordigd zijn.

De opzet van dit alles is, om kinderen langer binnen het reguliere basisonderwijs te helpen, wanneer zij specifieke leer‑ en/of gedragsmoeilijkheden hebben.

Binnen ons team is mevr. Van der Spoel de interne begeleidster. Zij helpt de leerkracht zoveel mogelijk met het zoeken naar mogelijkheden om een bepaald kind met specifieke behoeften of problemen beter te begeleiden en een handelingsplan voor dit kind te maken en uit te voeren.

Zo nodig kan dan ook de hulp ingeroepen worden van een leerkracht uit het Speciaal Onderwijs. Het spreekt vanzelf, dat de ouders hiervan op de hoogte gesteld worden.

Er is op school een protocol voor het werken met leerlingen met leesproblemen en dyslexie. Dit zelfde geldt voor een protocol voor leerlingen die bij de  school aangemeld worden met een aan de leerling gebonden financiering.

 

-Zorgteam en dienstverlening

 

Regelmatig maken we gebruik van de diensten van een Advies en Begeleidingsdienst.

Deze hulp kan gezocht worden voor de individuele leerling (dit gaat via het Zorgteam),

 Indien een kind naar ons idee onderzocht moet worden, wordt tevoren overleg gepleegd met de ouders.

Voor het begeleiden van het team en het opstellen van een begeleidings‑ of een veranderingsplan en het uitwerken daarvan maken we meestal gebruik van de dienstverlening van De IJsselgroep.

 

-Logopedie

 

Leerlingen uit groep 2 worden gescreend. Deze screeningen zullen plaatsvinden in school door de logopediste van de G.G.D. In de loop van het schooljaar zullen hiervoor school- en oudervragenlijsten toegezonden worden. Met behulp van deze lijsten wordt gekeken welke kinderen in aanmerking komen voor een logopedische screening.

Natuurlijk kunnen ook kinderen die niet in groep 2 zitten worden aangemeld. Ouders moeten dan schriftelijk hun toestemming geven.

 

-Onderwijs aan zieke leerlingen

 

Een kind heeft recht op onderwijs, ook als het ziek is.

Wanneer een leerling langdurig ziek is, thuis of in het ziekenhuis, dan zorgt de school ervoor dat de leerling betrokken blijft bij het onderwijs. Een aangepast leerprogramma kan het kind de nodige afleiding geven en zal het contact tussen het kind en de school waarborgen. Ook wordt hiermee voorkomen dat de achterstand te groot wordt om na de ziekteperiode de draad weer op te pakken.

Zonodig zal de school alles in het werk stellen om de nodige externe deskundigheid in te huren.

Een en ander staat omschreven  in het op school aanwezige protocol “Hoe te handelen bij langdurig zieke leerlingen”.

 

 

 

Plaatsing en verwijzing van leerlingen met specifieke behoeften

 

Zoveel mogelijk proberen we de kinderen op hun eigen niveau te begeleiden.

 

Voor de overgang van de ene naar de ander groep maken we gebruik van overgangscriteria. Met name voor de onderbouw zijn deze nauwkeurig omschreven. Speciale aandacht is er voor de overgang van groep 2 naar groep 3. In principe gaan de kinderen die voor 1 januari 6 jaar worden in dat jaar na de zomervakantie naar groep 3.

 

 

 

Wanneer het niet langer mogelijk is om het kind met de groep mee te laten werken, is er een aantal mogelijkheden:

-            het kind krijgt een aangepast programma

-            het kind slaat een schooljaar over

-            het kind doet het schooljaar voor de tweede keer

-            het kind wordt verwezen naar het speciaal onderwijs

In alle gevallen gebeurt iets dergelijks alleen na uitgebreid onderzoek en met begeleiding van de Interne Begeleidster; dit alles natuurlijk in overleg met de ouders.

In bijna alle gevallen wordt de hulp ingeroepen van het zorgteam.

 

 

In geval een kind verwezen wordt naar het speciaal onderwijs wordt er gebruik gemaakt van het zgn. stappenplan:

-            het kind wordt aangemeld bij het zorgteam

-            er volgt een onderzoek door een deskundige van het zorgteam

-            als de uitkomsten van het onderzoek verwerkt zijn, worden de bevindingen met het personeel doorgesproken

-            hierna volgt een gesprek met de ouders, waarbij ook de groepsleerkracht aanwezig is

-            als de school niet voldoende toegerust is om het kind verder te begeleiden, volgt na zorgvuldig overleg met de ouders een doorverwijzing naar het speciaal onderwijs

 

Er is op school een bovenschools vastgesteld protocol voor leerlingen die bij de  school aangemeld worden met een leerling gebonden budget. (kinderen met een lichamelijke en/of verstandelijke  handicap)

In het kader van WSNS is het beleid erop gericht om ook kinderen, die in het verleden mogelijk verwezen werden naar het speciaal onderwijs, op te vangen in het regulier basisonderwijs.

Als aan bepaalde criteria wordt voldaan, kan de school hiervoor een budget aanvragen, het zgn. rugzakje. Het overgrote deel van dit budget bestaat uit salaris en een kleiner deel uit een materiële vergoeding.

Het bovenschools vastgestelde protocol voor de procedure is op school aanwezig.

 

 

De begeleiding van de overgang van kinderen naar het voortgezet onderwijs

 

De voorlichting aan ouders ten behoeve van de schoolkeuze van leerlingen

 

Zo spoedig mogelijk na de herfstvakantie worden de ouders van de leerlingen van groep 8 uitgenodigd voor een speciale ouderavond. Hier krijgen zij algemene informatie over de verschillende vormen van voortgezet onderwijs en de eisen die door deze onderwijsvormen aan hun kinderen gesteld worden.

 

De groepsleerkracht bespreekt in de maand januari met de ouders en het betreffende kind het advies van de school voor dit kind. Na de uitslag van de Cito-eindtoets worden de ouders weer uitgenodigd voor een gesprek. Nu wordt de uitslag van de Cito-toets doorgenomen en wordt de uiteindelijke beslissing genomen over de vorm van voortgezet onderwijs voor het kind.

 

In de maand januari organiseren we een avond voor de ouders van de kinderen van groep 8. Op deze avond wordt specifieke informatie gegeven over de mogelijkheden die een aantal scholen voor

voortgezet onderwijs de kinderen bieden. We doen dit samen met de basisscholen uit Schoonoord, De Kiel, Sleen en Gees.

 

Aspecten bij de schoolkeuze

 

De uiteindelijke schoolkeuze wordt gemaakt op grond van:

-            de gegevens die in de loop van de schooljaren zijn verzameld door de verschillende leerkrachten

-            de bevindingen van de leerkrachten van groep 8

-            de mening van de ouders over het kind

-            de uitslag van de Cito‑toets

-            het oordeel van de brugklascoördinator van het voortgezet onderwijs

 

Opm. De volgorde is willekeurig.

 

Uiteindelijk is het de school, die de aanmelding verzorgt bij de vervolgschool, nadat de ouders de keus gemaakt hebben uit de scholen in de omgeving.

De Schutse ontvangt de eerste twee jaar van het voortgezet onderwijs de rapportgegevens van de leerlingen.

 

De laatste jaren is er in toenemende mate kritiek op de Cito-toets. Het gaat dan met name om die scholen, waar de uitslag alles bepalend is voor de schoolkeuze. We benadrukken hierbij, dat dit op De Schutse niet het geval is, maar dat we de Cito-uitslag zien als een bijkomende stem in de uiteindelijke beslissing. Dit wordt ook zo ondersteund door de scholen voor Voortgezet Onderwijs in de omgeving. Voor hen is het advies van de basisschool doorslaggevend.