De organisatie
DE ORGANISATIE VAN HET ONDERWIJS
Schoolorganisatie
In onze school wordt voor een groot deel klassikaal onderwijs gegeven. Daarnaast is er veel ruimte voor zelfstandig werken en voor eigen inbreng van de leerlingen. De leerkracht is de belangrijkste leerbron. Daarnaast maken we veel gebruik van internet, de bibliotheek en de methodes. Verschillende toetsen bewaken en stimuleren de ontwikkeling van de leerling.
In groep 1 en 2 wordt er veelal in kleinere groepjes gewerkt. Vanaf groep 3 worden kinderen meestal klassikaal geïnstrueerd wanneer het gaat om bijv. lezen, taal, rekenen en vanaf groep 5 ook bij bijv. aardrijkskunde en geschiedenis.
Op deze wijze is er ook de meeste tijd om de uitleg te geven. Wanneer de kinderen vervolgens zelfstandig gaan werken, richten we ons vooral op het individuele kind.
In hoofdstuk 4 geven we aan hoe we zoveel mogelijk ook proberen de kinderen te helpen, die met de leerstof veel moeite hebben of de kinderen die juist extra stof aankunnen.
We werken op school met gecombineerde groepen.
Het nadeel van het werken met deze dubbele groepen is, dat de leerkracht regelmatig leerstof aan beide groepen uit moet leggen. Het voordeel is aan de andere kant, dat kinderen al snel leren meer zelfstandig aan het werk te gaan en ook leren zich beter te concentreren. Een ander groot voordeel is, dat in onze situatie de groepen niet zo groot zijn.
Als leerkracht ontwikkel je een specifieke deskundigheid in het omgaan met de dubbele groepen, door in je organisatie maatregelen te treffen. Ook onze methodes zijn voor een groot deel juist aangeschaft met het oog op deze combinatiegroepen. Dit houdt in dat lessen voor het zelfstandig verwerken van de leerstof afgewisseld worden met instructielessen.
Veel zorg en aandacht gaat uit naar kinderen met specifieke moeilijkheden in het leer‑ en ontwikkelingsproces. Hierover willen we u in hoofdstuk 4 meer vertellen.
Wie werken er in de school?
Voor de namen van de personeelsleden verwijzen we u naar het informatieboekje.
Dit geldt ook voor de namen van de leden van de verschillende commissies.
Wettelijke doelen & uitgangspunten
In de wet staat welke vakken de kinderen moeten leren. Van elk vak zijn kerndoelen aangegeven. Wij hebben bij de kerndoelen heel zorgvuldig methodes gekozen.
- In ons onderwijs dragen we zorg voor het ononderbroken ontwikkelingsproces van de leerlingen. De methodes die wij voor de verschillende vakgebieden gebruiken zijn o.a. met het oog daarop gekozen. Speciale aandacht blijft in dit verband uitgaan naar de overgang van groep 2 naar groep 3.
- Extra zorg geven we aan leerlingen, die in welke fase of op welke terreinen dan ook remmingen ondervinden in genoemd proces.
- Naast de verstandelijke ontwikkeling richten we ons ook op de emotionele ontwikkeling, op het ontwikkelen van creativiteit, op het verwerven van noodzakelijke kennis en van sociale, lichamelijke en culturele vaardigheden. Dit laatste ook met het oog op het opgroeien van het kind in een multiculturele samenleving.
- Ons onderwijs voldoet aan het in de wet gestelde aantal uren onderwijs voor de leerlingen in de loop van de 8 schooljaren en aan een evenwichtige verdeling van de uren over de verschillende activiteiten.
- Het onderwijs omvat -zintuiglijke en lichamelijke oefening
-Nederlandse taal en lezen
-rekenen
-Engelse taal vanaf groep 7
-expressieactiviteiten
-bevordering van sociale redzaamheid, waaronder gedrag in het verkeer
-bevordering van gezond gedrag
-aardrijkskunde
-geschiedenis
-kennis der natuur, waaronder techniek
-maatschappelijke verhoudingen, waaronder staatsinrichting
-burgerschap en integratie
-geestelijke stromingen
- Bij de expressieactiviteiten wordt aandacht besteed aan de bevordering van taalgebruik, aan tekenen, muziek, handvaardigheid, drama, spel en beweging.
- Wij hebben in ons onderwijs de intentie om te voldoen aan de wettelijke kerndoelen.
De activiteiten voor de kinderen
‑ Activiteiten in de onderbouw
In de groepen 1 en 2 proberen we zoveel mogelijk aan te sluiten bij de belevingswereld van het jonge kind. Dit betekent, dat er spontaan kan worden ingegaan op dat wat de kinderen bezighoudt. Dat kan dan het onderwerp van die periode worden. Bijv.: ziek zijn, de geboorte van een broertje of zusje, verhuizen, feest, enz. Meestal zijn dit sociaal‑emotionele belevingen. Andere onderwerpen en projecten worden aangedragen door de leerkracht.
Binnen zo'n onderwerp wordt er op alle mogelijke manieren aandacht geschonken aan de volgende vakgebieden:
Taalontwikkeling:
Taal is erg belangrijk. Taal heeft een grote sociale waarde.
De taalontwikkeling bestaat uit de actieve taalontwikkeling nl. het zelf spreken, vertellen, verzinnen, toneelspelen, rijmen, " lezen" en de passieve taalontwikkeling nl. het luisteren naar verhalen, gedichtjes, raadsels en dramatiseren, boeken kijken, kijken en luisteren naar het school tv. programma “Koekeloere”. Natuurlijk ook luisteren naar elkaar om zo goed te leren communiceren. Verder wordt er gebruik gemaakt van de voorloper van de methode Veilig Leren Lezen, nl De Schatkist en van het computerprogramma Bas gaat digitaal.
Werken met ontwikkelingsmateriaal:
We werken in niveaugroepen. Veel bestaand materiaal wordt gebruikt: puzzels, lotto's, rijmspelen, telspelen, gezelschapsspelen, woordspelen.
Voorbereidende lees‑, reken‑ en schrijfmaterialen kunnen worden aangeboden, passend bij de ontwikkeling van het jonge kind. Ook wordt veel expressiemateriaal gebruikt, zoals (vinger)verf, klei, krijt, papier, hout, toevallig materiaal, enz. In het omgaan met dit materiaal kunnen allerlei onderwerpen en begrippen verwerkt worden, bijv. rekenbegrippen: tellen, vormen, meer/minder, hoog/laag, lang/kort; leesbegrippen: voor/achter, eerst/laatst, groot/klein; schrijfvoorwaarden: vasthouden potlood, schrijfhouding, van links naar rechts. Er wordt gebruik gemaakt van speelwerkbladen van de methode Schrijven in de basisschool.
Constructiematerialen, bouwmaterialen, samen spelen in de hoeken geeft de mogelijkheid tot het ontdekken van materiaaleigenschappen en de eigenschappen van de medespeler. De techniekkasten bevatten materialen, die kleuters in aanraking brengen met de wereld van de techniek.
Bewegingsonderwijs:
Elke dag is ook dit een belangrijk onderdeel om goed tegemoet te komen aan de
bewegingsdrang van het jonge kind. We onderscheiden: vrij‑ en geleid bewegings ‑onderwijs. Vrij spelen gebeurt meestal buiten, lekker vrij spelen naar eigen aanleg, inzicht en tempo. Ook in het speellokaal vindt vrij spelen plaats. Kinderen kunnen dan kiezen uit mogelijkheden als: klimmen, klauteren, tenten bouwen, verkleden, bouwen en construeren met groot materiaal.
Geleide spelvormen zijn: kleutergymnastiek (met of zonder groot en klein kleuter gymmateriaal of een combinatie daarvan) spellessen, opgebouwd uit zang‑, beweging‑, tik‑ en stiltespelen, daarnaast fantasielessen, waarin kinderen een groot aandeel hebben in het meedenken binnen de fantasiesfeer.
Muzikale vorming:
Meestal gebeurt dit met een nieuw lied als uitgangspunt. Bij zo'n nieuw lied worden passende oefeningen aangeboden. Vooral bewegingsoefeningen zoals ritmeoefeningen,
maatoefeningen, improviseren op muziek, dansen en stemvorm‑, gehoor‑, ademhalings‑ en geheugenoefeningen komen aan de orde. Er wordt gebruik gemaakt van de methode Moet je doen.
Regelmatig wordt er gezongen. Ook met behulp van kleutermuziekinstrumenten en
Muziekcd’s/-cassettebandjes ondersteunen we de muzikale vormingsles.
- Basisvaardigheden (lezen, schrijven, taal en rekenen)
Lezen: In groep 3 wordt een begin gemaakt met het leren lezen. We gebruiken de nieuwste versie van de aanvankelijk leesmethode Veilig Leren Lezen. Deze methode is er op ingesteld om kinderen met problemen in deze belangrijke fase individueel te begeleiden.
Voor begrijpend en voortgezet technisch lezen gebruiken we de methode Goed gelezen. Vanaf groep 4 lezen kinderen uit deze leesmethode, maar ook stil voor zichzelf uit een lees‑ of informatieboekje uit de klassenbibliotheek, meestal uit de openbare bibliotheek. De kinderen krijgen dan ook andere vormen van lezen, bijv. begrijpend lezen, studerend lezen.
Uit onderzoeken van de laatste jaren blijkt dat het niveau van technisch lezen op de basisscholen gedaald is. Ook wij merken hier de signalen van. Voor ons is dit de reden om het technisch lezen meer aandacht te geven. Kinderen moeten meer hardop lezen in een groep of individueel, zodat de leerkracht ook een beter inzicht krijgt in het vorderingsproces.
We vinden het heel belangrijk, dat kinderen ook thuis lezen om juist extra vaardigheid op te doen. Voorop staat, dat we kinderen het plezier van het lezen willen laten ondergaan. Vaak maken we gebruik van de hulp en de informatie van de bibliotheek.
Schrijven: We gebruiken de methode Schrijven in de basisschool en Pennenstreken.
In de hoogste groepen wordt er ook aandacht besteed aan het zgn. creatief schrijven.
Taal: Voor taal gebruiken we Taalverhaal. Voor een belangrijk deel vindt taalontwikkeling ook plaats buiten de methode om, m.n. in (kring‑)gesprekken, opstellen, vanaf groep 6 in spreekbeurten en vanaf groep 7 in werkstukken.
Bij de taalmethode hoort ook een spellingsleergang. Hier zijn wij niet geheel tevreden over. Vandaar dat wij aanvullend gebruik maken van de methode Zo leer je kinderen lezen en spellen.
Rekenen: Rekenen leren we aan de hand van de methode Pluspunt. Het is een zgn. realistische rekenmethode, wat inhoudt, dat er uitgegaan wordt van de in de dagelijkse praktijk voorkomende problemen.
Ook deze methode heeft veel mogelijkheden in zich om kinderen die moeite ondervinden met het rekenen, of juist meer verdiepend bezig kunnen zijn, te begeleiden. Naast de methode oefenen we de kinderen extra in cijferen.
‑ Wereldoriënterende vakken
We nemen bij deze vakken a.h.w. het kind aan de hand, om in steeds grotere kringen de
wereld te verkennen. We proberen al verkennend het kind te leren zijn/haar plaats te bepalen in deze wereld, bijv. om te ontdekken waar het zich kan inzetten t.b.v. andere mensen, de natuur, het milieu. Van belang is, dat het kind dit kan doen vanuit een veilige omgeving en vanuit het vertrouwen, dat het niet alleen, maar samen met andere mensen onderweg is.
In de groepen 3 en 4 wordt aan de hand van thema's met de kinderen gewerkt aan de
oriëntatie op de wereld dichtbij.
Vanaf groep 5 wordt onderscheid gemaakt in aardrijkskunde, geschiedenis en kennis van de natuur. Er wordt naast de recente methodes veel gebruik gemaakt van internet, beeldplaten en schooltelevisie. Via onze digiborden kunnen we dit goed aan de kinderen presenteren.
We vinden het belangrijk dat de kinderen ook enige topografische kennis opdoen en bij onze vaderlandse geschiedenis enige jaartallen leren.
Ook verkeer heeft onze speciale aandacht. In groep 7 doen de kinderen mee aan het landelijke verkeersexamen. In het schooljaar 2010/2011 beschikken we over het verkeersveiligheidslabel. We zijn begonnen met de verkeersmethode Klaar Over. Veel aandacht wordt er besteed aan de veiligheid rondom de school. Op het plein komt een verkeerscircuit, waarop de kinderen kunnen oefenen.
- Expressie activiteiten
Het accent ligt op het verder ontwikkelen en stimuleren van de creatieve ontwikkeling van het kind, zodat het zijn/haar belevingen en ervaringen steeds beter leert uiten.
Vanaf groep 3 hebben alle groepen één middag in de week beeldende vorming.
Op deze middagen wordt er met ondersteuning van ouders een veelheid van activiteiten gedaan: tekenen, knippen en plakken, timmeren, papier‑maché, werken met textiel, enz.
- Drama
In alle groepen wordt aandacht besteed aan drama.
Groep 7/8 voert jaarlijks een musical op. Zij worden begeleid door een dramadocent.
‑ Muziek
Bij de muzikale vorming gaat het ons niet om het aanleren van bijv. het notenschrift, maar om het plezier, dat kinderen kunnen beleven in het aanleren en zingen van liederen. We gebruiken de methode Moet je doen.
‑ Lichamelijke opvoeding
De lessen lichamelijke oefening worden gegeven door de groepsleerkracht in de Sportzaal. Vanaf groep drie krijgen alle kinderen twee keer in de week gymnastiek. In de zomermaanden krijgen de kinderen vanaf groep 3 wekelijks een zwemles. Een van de gymlessen vervalt dan.
Speciale voorzieningen in en buiten het schoolgebouw
Het schoolgebouw aan de Paardelandsdrift bestaat uit 5 lesruimtes: 1 speellokaal,
1 kleuterlokaal en 3 leslokalen. Naast de lesruimtes zijn er verschillende kleine ruimtes, o.a. keuken, kopieerruimte, personeelskamer, kamer voor de directeur, kamer voor remedial teaching e.d.. Centraal ligt de grote ontmoetingsruimte, die gebruikt wordt voor allerlei activiteiten. Er zijn geen drempels in de school.
Er is een grote buitenspeelplaats met bijv. een voetbalveldje, zandbak en speelwerktuigen, die regelmatig goed gecontroleerd worden op hun deugdelijkheid.
Op het plein wordt een verkeerscircuit aangebracht, waarop de kinderen kunnen oefenen in verschillende verkeerssituaties.
Voor lichamelijke oefening maken we vanaf groep 3 gebruik van de Sportzaal in De Aelder Meent.
Digiborden
In de lokalen van de groepen 3/4, 5/6 en 7/8 hangt een digitaal schoolbord. Deze borden bewijzen dagelijks hun meerwaarde op alle mogelijke terreinen. Het personeel bekwaamt zich in het gebruik van deze borden.