De organisatie

3 DE ORGANISATIE VAN HET ONDERWIJS

                                 

 

Schoolorganisatie

 

In onze school wordt voor het grootste deel klassikaal onderwijs gegeven.

In groep 1 en 2 wordt er veelal in kleinere groepjes gewerkt. Vanaf groep 3 worden kinderen klassikaal geïnstrueerd wanneer het gaat om bijv. lezen, taal, rekenen en vanaf groep 5 ook bij bijv. aardrijkskunde en geschiedenis.

Op deze wijze is er ook de meeste tijd om de uitleg te geven. Wanneer de kinderen vervolgens aan het "werk" gaan, richten we ons vooral op het individuele kind.

Zoveel mogelijk proberen we ook juist die kinderen te helpen, die met de leerstof veel moeite hebben of juist extra bevraagd kunnen worden.

 

We werken op school met gecombineerde groepen.

Het nadeel van het werken met deze dubbele groepen is, dat de leerkracht ook twee keer zo veel tijd nodig heeft om de leerstof aan beide groepen uit te leggen. Het voordeel is aan de andere kant, dat kinderen al snel leren meer zelfstandig aan het werk te gaan en ook leren zich beter te concentreren. Een ander groot voordeel is, dat in onze situatie de groepen niet zo groot zijn.

Als leerkracht ontwikkel je een specifieke deskundigheid in het omgaan met de dubbele groepen, door in je organisatie maatregelen te treffen. Ook onze methodes zijn voor een groot deel juist aangeschaft met het oog op deze combinatie groepen.

 

Veel zorg en aandacht gaat uit naar kinderen met specifieke moeilijkheden in het leer‑ en ontwikkelingsproces. Hierover willen we u in hoofdstuk 4 meer vertellen.

 

 

 

 

 

Wettelijke doelen & uitgangspunten

 

In de wet staat welke vakken de kinderen moeten leren. Van elk vak zijn kerndoelen aangegeven. Wij hebben  bij de kerndoelen heel zorgvuldig methodes gekozen.

 

-         In ons onderwijs dragen we zorg voor het ononderbroken ontwikkelingsproces van de leerlingen. De methodes die wij voor de verschillende vakgebieden gebruiken zijn o.a. met het oog daarop gekozen. Speciale aandacht blijft in dit verband uitgaan naar de overgang van groep 2 naar groep 3.

-         Extra zorg geven we aan leerlingen, die in welke fase of op welke terreinen dan ook remmingen ondervinden in genoemd proces.

-         Naast de verstandelijke ontwikkeling richten we ons ook op de emotionele ontwikkeling, op het ontwikkelen van creativiteit, op het verwerven van noodzakelijke kennis en van sociale, lichamelijke en culturele vaardigheden. Dit laatste ook met het oog op het opgroeien van het kind in een multiculturele samenleving.

-         Ons onderwijs voldoet aan het in de wet gestelde aantal uren onderwijs voor de leerlingen  in de loop van de 8 schooljaren en aan een evenwichtige verdeling van de uren over de verschillende activiteiten.

-         Het onderwijs omvat          -zintuiglijke en lichamelijke oefening

-Nederlandse taal en lezen

-rekenen

-Engelse taal vanaf groep 7

-expressieactiviteiten

-bevordering van sociale redzaamheid, waaronder gedrag in het            verkeer

-bevordering van gezond gedrag

-aardrijkskunde

-geschiedenis

-kennis der natuur

-maatschappelijke verhoudingen, waaronder staatsinrichting

-geestelijke stromingen

-         Bij de expressieactiviteiten wordt aandacht besteed aan de bevordering van taalgebruik, aan tekenen, muziek, handvaardigheid, spel en beweging.

-         Wij hebben in ons onderwijs de intentie om te voldoen aan de kerndoelen.

 

 

Alle genoemde facetten kunnen alleen gedijen in een voor de kinderen, ouders en leerkrachten veilige en prettige omgeving. De zorg hiervoor maakt dan ook onderdeel uit van onze dagelijkse zorg en aandacht voor elkaar.

 

 

De activiteiten voor de kinderen

 

 

 

‑ Activiteiten in de onderbouw

 

In de groepen 1 en 2 proberen we zoveel mogelijk aan te sluiten bij de belevingswereld van het jonge kind. Dit betekent, dat er spontaan kan worden ingegaan op dat wat de kinderen bezighoudt. Dat kan dan het onderwerp van die periode worden. Bijv.: ziek zijn, de geboorte van een broertje of zusje, verhuizen, feest, enz. Meestal zijn dit sociaal‑emotionele belevingen. Andere onderwerpen en projecten worden aangedragen door de leerkracht.

Binnen zo'n onderwerp wordt er op alle mogelijke manieren aandacht geschonken aan de volgende vakgebieden:

 

Taalontwikkeling:

Taal is erg belangrijk. Taal heeft een grote sociale waarde.

De taalontwikkeling bestaat uit de actieve taalontwikkeling nl. het zelf spreken, vertellen, verzinnen, toneelspelen, rijmen, " lezen" en de passieve taalontwikkeling nl. het luisteren naar verhalen, gedichtjes, raadsels en dramatiseren, boeken kijken, kijken en luisteren naar het school tv. programma “Koekeloere”. Natuurlijk ook luisteren naar elkaar om zo goed te leren communiceren. Voor zover toepasbaar wordt er gebruik gemaakt van de voorloper van de methode Veilig Leren Lezen, nl De Schatkist.

 

Werken met ontwikkelingsmateriaal:

We werken in niveaugroepen. Veel bestaand materiaal wordt gebruikt: puzzels, lotto's, rijmspelen, telspelen, gezelschapsspelen, woordspelen.

Voorbereidende lees‑, reken‑ en schrijfmaterialen kunnen worden aangeboden, passend bij de ontwikkeling van het jonge kind. Ook wordt veel expressiemateriaal gebruikt, zoals (vinger)verf, klei, krijt, papier, hout, dozen, doppen, enz. In het omgaan met dit materiaal kunnen allerlei onderwerpen en begrippen verwerkt worden, bijv. rekenbegrippen: tellen, vormen, meer/minder, hoog/laag, lang/kort; leesbegrippen: voor/achter, eerst/laatst, groot/klein; schrijfvoorwaarden: vasthouden potlood, schrijfhouding, van links naar rechts.

Constructiematerialen, bouwmaterialen, samen spelen in de hoeken geeft de mogelijkheid tot het ontdekken van materiaaleigenschappen en de eigenschappen van de medespeler.

 

Bewegingsonderwijs:

Elke dag is ook dit een belangrijk onderdeel om goed tegemoet te komen aan de

bewegingsdrang van het jonge kind. We onderscheiden: vrij‑ en geleid bewegings ‑onderwijs. Vrij spelen gebeurt meestal buiten, lekker vrij spelen naar eigen aanleg, inzicht en tempo. Ook in het speellokaal vindt vrij spelen plaats. Kinderen kunnen dan kiezen uit mogelijkheden als:

klimmen, klauteren, tenten bouwen, verkleden, bouwen en construeren met groot materiaal.

Geleide spelvormen zijn: kleutergymnastiek (met of zonder groot en klein kleuter gym­materiaal of een combinatie daarvan) spellessen, opgebouwd uit zang‑, beweging‑, tik‑ en stiltespelen, daarnaast fantasielessen, waarin kinderen een groot aandeel hebben in het meedenken binnen de fantasiesfeer.

 

 

Muzikale vorming:

Meestal gebeurt dit met een nieuw lied als uitgangspunt. Bij zo'n nieuw lied worden passende

oefeningen aangeboden. Vooral bewegingsoefeningen zoals ritmeoefeningen,

maatoefeningen, improviseren op muziek, dansen en stemvorm‑, gehoor‑, ademhalings‑ en

geheugenoefeningen komen aan de orde.

Regelmatig wordt er gezongen. Ook met behulp van kleutermuziekinstrumenten en

muziekcassettebandjes ondersteunen we de muzikale vormingsles.

 

 

- Basisvaardigheden (lezen, schrijven, taal en rekenen)

 

Lezen: In groep 3 wordt een begin gemaakt met het leren lezen. Met ingang van het cursusjaar '96/'97 zijn we begonnen met een nieuwe aanvankelijk leesmethode, namelijk Veilig Leren Lezen en dan de nieuwste versie. Deze versie is er nog meer op ingesteld om kinderen met problemen in deze fase individueel te begeleiden.

Met ingang van het schooljaar 1999/2000 is de methode Goed gelezen ingevoerd voor begrijpend lezen en voor voortgezet technisch lezen.

Vanaf groep 4 lezen kinderen uit deze technisch leesmethode, maar ook stil voor

zichzelf uit een lees‑ of informatieboekje uit de klassenbibliotheek of het documentatie-centrum. De kinderen krijgen dan ook andere vormen van lezen, bijv. begrijpend lezen.

We vinden het heel belangrijk, dat kinderen ook thuis lezen om juist extra vaardigheid op te

doen. Voorop staat, dat we kinderen het plezier van het lezen willen laten ondergaan.

Regelmatig maken we gebruik van de hulp van de bibliotheek.

 

Schrijven: Met ingang van het cursusjaar '96/'97 zijn we ook begonnen met een nieuwe

methode voor het schrijven. Het is de methode Schrijven in de basisschool. Ook deze

methode is weer meer toegespitst (bijv. voor linkshandige kinderen) op de begeleiding van

kinderen, die moeite ondervinden met het aanleren en onderhouden van het schrijven.

M.i.v. het schooljaar 2000/2001 is deze methode door de hele school ingevoerd.

In de hoogste groepen wordt er ook aandacht besteed aan het zgn. creatief schrijven.

 

Taal: Voor taal gebruiken we met ingang van het schooljaar 1998/1999 de nieuwe versie van

de methode Taal Actief met voor het onderdeel spelling Woordspel. Voor een belangrijk deel vindt taalontwikkeling ook plaats buiten de methode om, m.n. in (kring‑)gesprekken, opstellen, vanaf groep 5 in spreekbeurten en vanaf groep 7 in werkstukken.

 

Rekenen: Rekenen leren we aan de hand van de recente methode Pluspunt. Het is een zgn. realistische rekenmethode, wat inhoudt, dat er uitgegaan wordt van de in de dagelijkse praktijk voorkomende problemen.

Ook deze methode heeft veel mogelijkheden in zich om kinderen die moeite ondervinden met

het rekenen, of juist meer verdiepend bezig kunnen zijn, te begeleiden.

 

Wereldoriënterende vakken

 

We nemen bij deze vakken a.h.w. het kind aan de hand, om in steeds grotere kringen de

wereld te verkennen. We proberen al verkennend het kind te leren zijn/haar plaats te bepalen

in deze wereld, bijv. om te ontdekken waar het zich kan inzetten t.b.v. andere mensen, de

natuur, het milieu. Van belang is, dat het kind dit kan doen vanuit een veilige omgeving en

vanuit het vertrouwen, dat het niet alleen, maar samen met andere mensen onderweg is.

In de groepen 3 en 4 wordt aan de hand van thema's met de kinderen gewerkt aan de

oriëntatie op de wereld dichtbij.

Vanaf groep 5 wordt onderscheid gemaakt in aardrijkskunde, geschiedenis en kennis van de natuur. Er wordt veel gebruik gemaakt van beeldplaten, dia' s en schooltelevisie.

We vinden het belangrijk dat de kinderen ook enige topografische kennis opdoen en bij onze vaderlandse geschiedenis enige jaartallen leren.

 

- Expressie activiteiten

 

Het accent ligt op het verder ontwikkelen en stimuleren van de creatieve ontwikkeling van het kind, zodat het zijn/haar belevingen en ervaringen steeds beter leert uiten.

Vanaf groep 3 hebben alle groepen één middag in de week beeldende vorming.

Op deze middagen wordt er een veelheid van activiteiten gedaan: tekenen, plakken, knippen, timmeren, papier‑maché enz., enz.

 

Muziek

 

Bij de muzikale vorming gaat het ons niet om het aanleren van bijv. het notenschrift, maar om het plezier, dat kinderen kunnen beleven in het aanleren en zingen van liederen.

We zoeken nog naar een meer methodische opzet hiervan.

 

Lichamelijke opvoeding

 

De lessen lichamelijke oefening worden gegeven door de groepsleerkracht in de Sportzaal. Vanaf groep drie krijgen alle kinderen twee keer in de week gymnastiek.

In de zomermaanden één keer per week en één keer zwemmen in het zwembad in Zweeloo, onder leiding van het badpersoneel.

 

 

 

Speciale voorzieningen in het schoolgebouw

 

Het schoolgebouw aan de Paardelandsdrift bestaat uit 5 lesruimtes: 1 speellokaal,

1 kleuterlokaal en 3 leslokalen. Naast de lesruimtes zijn er verschillende kleine ruimtes, o.a. keuken, stencilruimte, personeelskamer, kamer voor de directeur, kamer voor de remedial teacher. Centraal ligt de grote ontmoetingsruimte, die gebruikt wordt voor allerlei activiteiten.

Voor lichamelijke oefening maken we vanaf groep 3 gebruik van de Sportzaal in de Aelder Meent.